Opzegtermijnen

De werkgever of de werknemer die de arbeidsovereenkomst opzegt, moet een opzegtermijn in acht nemen. Als partijen daar geen afspraken over hebben gemaakt, geldt de wettelijke opzegtermijn.

  1. Wettelijke opzegtermijnen
  2. Contractuele opzegtermijnen
  3. Verkorting opzegtermijn na ontslagvergunning UWV WERKbedrijf
  4. Overgangsrecht voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was
  5. De dag waartegen opgezegd mag worden

Wettelijke opzegtermijnen

De wettelijke opzegtermijn van de werknemer is 1 maand.

De opzegtermijn van de werkgever is afhankelijk van de lengte van het dienstverband. De door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:

  • korter dan 5 jaar heeft geduurd: 1 maand;
  • 5 jaar of langer, maar korter dan 10 jaar heeft geduurd: 2 maanden;
  • 10 jaar of langer, maar korter dan 15 jaar heeft geduurd: 3 maanden;
  • 15 jaar of langer heeft geduurd: 4 maanden.

naar boven

Contractuele opzegtermijnen

De werkgever en de werknemer kunnen schriftelijk van de wettelijke opzegtermijnen afwijken. Dit mag echter niet onbeperkt. De wet geeft hiervoor de volgende regels.

De werkgeversopzegtermijn mag alleen bij cao worden verkort. In een individuele arbeidsovereenkomst is dit niet mogelijk.

De werkgeversopzegtermijn mag schriftelijk worden verlengd, zowel bij cao als in een individuele arbeidsovereenkomst.

De werknemersopzegtermijn mag schriftelijk worden verlengd, zowel bij cao als in een individuele arbeidsovereenkomst. De werknemersopzegtermijn mag echter nooit langer zijn dan 6 maanden.

Als de werknemersopzegtermijn in een individuele arbeidsovereenkomst wordt verlengd, moet de opzegtermijn van de werkgever het dubbele daarvan zijn. Alleen bij cao mag van deze "verdubbelingsregel" worden afgeweken, maar dan moet de werkgeversopzegtermijn wel ten minste gelijk zijn aan de werknemersopzegtermijn.

naar boven

Verkorting opzegtermijn na ontslagvergunning UWV WERKbedrijf

Als de werkgever voorafgaande aan de opzegging bij het UWV WERKbedrijf een ontslagvergunning heeft aangevraagd en verkregen, mag hij zijn opzegtermijn met 1 maand verkorten. Wel geldt dat er altijd een opzegtermijn van 1 maand moet overblijven.

naar boven

Overgangsrecht voor de werknemer die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder was

Voor 1 januari 1999 gold andere wetgeving ter zake van de opzegtermijnen. Toen de nieuwe wetgeving in werking trad, is bepaald dat het oude recht blijft gelden voor een groep "oudere" werknemers.

Het gaat hier om werknemers die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder waren en die sindsdien bij dezelfde werkgever in dienst zijn gebleven.

De lengte van de oude opzegtermijn was afhankelijk van de leeftijd van de werknemer en de duur van het dienstverband en was maximaal 26 weken. In het kader van het overgangsrecht is de oude opzegtermijn gefixeerd op zijn lengte op 1 januari 1999. De nieuwe opzegtermijn geldt, zodra deze langer is dan de (gefixeerde) oude opzegtermijn.

De hiervoor genoemde kortingsmaand ingeval van een ontslagvergunning van het UWV WERKbedrijf is niet van toepassing als het oude recht nog geldt.

naar boven

De dag waartegen opgezegd mag worden

De wet bepaalt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst tegen het einde van de maand moet plaatsvinden. De werkgever en de werknemer kunnen hier schriftelijk afwijkende afspraken over maken.

Een voorbeeld. Het is 13 maart en de werknemer wil de arbeidsovereenkomst opzeggen. Er zijn geen afspraken over de opzegtermijnen gemaakt, zodat voor de werknemer de wettelijke opzegtermijn van 1 maand geldt. De werknemer kan dan opzeggen tegen het einde van april. De arbeidsovereenkomst eindigt dan met ingang van 1 mei.

naar boven

Let op: opent in een nieuw venster PrintE-mail