Ontbinding door de rechter
De werkgever en de werknemer kunnen te allen tijde de rechter vragen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Deze ontbindingsprocedure wordt geregeld in artikel 7:685 Burgerlijk Wetboek (BW).
- Ontbinding wegens gewichtige redenen
- Reflexwerking opzegverboden
- Ontslagvergoeding
- Ontbindingsdatum
- Geen hoger beroep
- Herroeping
Ontbinding wegens gewichtige redenen
De rechter zal de arbeidsovereenkomst alleen ontbinden als hij vindt dat daarvoor een "gewichtige reden" aanwezig is. Als gewichtige redenen worden beschouwd:
- dringende redenen voor een ontslag op staande voet;
- veranderingen in de omstandigheden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve behoort te eindigen.
Voor wat betreft de dringende reden wordt verwezen naar het onderdeel "Opzegging/Ontslag op staande voet".
Onder de noemer "veranderingen in de omstandigheden" zijn in feite alle ontslagredenen te brengen die geen dringende reden vormen. Voorbeelden zijn disfunctioneren, verstoorde arbeidsrelatie, bedrijfseconomische redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze ontslagredenen worden inhoudelijk behandeld in het onderdeel "Ontslagreden".
Reflexwerking opzegverboden
In het onderdeel "Opzegging" worden de bijzondere opzegverboden behandeld, zoals het opzegverbod tijdens ziekte of OR-lidmaatschap. Aangezien de rechter de arbeidsovereenkomst niet opzegt maar ontbindt, is de rechter formeel niet gebonden aan de opzegverboden.
De wet verplicht de rechter echter wel om zich ervan te vergewissen of het ontbindingsverzoek verband houdt met een opzegverbod. Als dit het geval is, zal de rechter zich zeer terughoudend opstellen en naar alle waarschijnlijkheid de gevraagde ontbinding weigeren.
Hierom heeft het bijvoorbeeld meestal weinig zin om de rechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer te ontbinden, als het verzoek vanwege die ziekte wordt gedaan en de werknemer nog geen twee jaar ziek is.
In dit voorbeeld liggen de kaarten echter anders als het ontslagverzoek geen verband houdt met de ziekte, maar met bijvoorbeeld de bedrijfseconomische situatie van de werkgever. Hoewel rechters ook dan terughoudend zullen zijn, wordt algemeen aangenomen dat de arbeidsovereenkomst dan wel kan worden ontbonden. Het ontbindingsverzoek houdt immers geen verband met de ziekte. Bedenk hierbij dat de werkgever bij een weigering een andere werknemer voor ontslag moet voordragen; een werknemer die volgens het afspiegelingsbeginsel eigenlijk niet voor ontslag in aanmerking komt.
Ontslagvergoeding
Als de rechter de arbeidsovereenkomst ontbindt wegens een dringende reden, is hij niet bevoegd een ontslagvergoeding toe te kennen. Dit is anders als hij de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden ontbindt. Dan mag de rechter aan de werknemer een ontslagvergoeding toekennen als hij dat met oog op de omstandigheden van het geval rechtvaardig vindt.
In bijzondere situaties kan het overigens voorkomen dat de rechter vindt dat niet de werknemer maar de werkgever aanspraak heeft op een ontbindingsvergoeding.
De hoogte van de ontbindingsvergoeding wordt berekend aan de hand van de zogeheten kantonrechtersformule.
Ontbindingsdatum
De rechter is bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet gebonden aan de opzegtermijnen. Over het algemeen ligt er maar een korte periode tussen de datum van de uitspraak van de rechter en de ontbindingsdatum.
Dit betekent dat als de werknemer een WW-uitkering aanvraagt, hij met de fictieve opzegtermijn wordt geconfronteerd. De WW-uitkering gaat pas na het verstrijken van die fictieve opzegtermijn in. De fictieve opzegtermijn geldt alleen als de werknemer recht op een ontslagvergoeding heeft. De WW-uitkering en de fictieve opzegtermijn worden in het onderdeel "Na het ontslag/WW-uitkering" toegelicht.
Geen hoger beroep
Tegen de beslissing van de rechter op een ontbindingsverzoek staat - enkele uitzonderingssituaties daargelaten - geen hoger beroep open. De achterliggende gedachte is dat voorkomen moet worden dat werkgever en werknemer lange tijd in onzekerheid verkeren over het wel of niet bestaan van de arbeidsovereenkomst.
Herroeping
De rechter kan als er bedrog in het spel is, als er vervalste stukken in het geding zijn gebracht, of als een partij wezenlijke informatie heeft achtergehouden, zijn uitspraak over de ontbinding herroepen.


