Ontbindingsvergoeding (kantonrechtersformule)
Als de rechter de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden ontbindt, kan hij aan de werknemer of de werkgever een ontslagvergoeding toekennen als hij dat met oog op de omstandigheden van het geval rechtvaardig vindt. De vergoeding wordt berekend met behulp van de kantonrechtersformule.
- De kantonrechtersformule; inleiding
- De kantonrechtersformule; berekening van de vergoeding
- A-factor
- B-factor
- C-factor
- Maximering - Rekentool
De kantonrechtersformule; inleiding
De ontslagvergoeding in een ontbindingsprocedure wordt naar billijkheid vastgesteld. De wet definieert het begrip billijk niet. Dit betekent dat rechters een grote beleidsvrijheid hebben bij het bepalen van de hoogte van de ontbindingsvergoeding.
De beleidsvrijheid van rechters kan leiden tot rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid. De kantonrechters hebben daarom zelf de zogeheten kantonrechtersformule vastgesteld. Aan de hand van deze formule stellen de kantonrechters de hoogte van de ontslagvergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst vast.
De kantonrechtersformule is op 1 januari 1997 van kracht geworden. Per 1 januari 2009 is de kantonrechtersformule gedeeltelijk herzien.
De kantonrechtersformule; berekening van de vergoeding
De kantonrechtersformule luidt als volgt:
bruto ontslagvergoeding = A x B x C,
waarbij:
A = het aantal gewogen dienstjaren,
B = de bruto maandelijkse beloning, en
C = de correctiefactor.
A-factor: aantal gewogen dienstjaren
Voor de berekening van A (het aantal gewogen dienstjaren) wordt de diensttijd berekend aan de hand van de dienstjaren, de leeftijd bij aanvang van de arbeidsrelatie en de leeftijd bij beëindiging van de arbeidsrelatie:
- dienstjaren, afgerond op hele jaren, tot het bereiken van de leeftijd van 35 jaar tellen voor 0,5;
- dienstjaren, afgerond op hele jaren, tussen de leeftijd van 35 en 45 tellen voor 1;
- dienstjaren, afgerond op hele jaren, tussen de leeftijd van 45 en 55 tellen voor 1,5;
- dienstjaren, afgerond op hele jaren, vanaf het bereiken van de leeftijd van 55 jaar tellen voor 2.
Bij de afronding van de dienstjaren geldt dat een periode van een half jaar en één dag telt als een heel dienstjaar.
Doordat per leeftijdsgroep wordt afgerond, kan de situatie ontstaan dat het aantal dienstjaren per leeftijdsgroep opgeteld tot een ander resultaat leidt dan als alleen naar het totale dienstverband wordt gekeken.
De kantonrechters hebben hiervoor aanvullende afrondingsregels gegeven. Het aantal afgeronde dienstjaren dat wordt berekend door enkel te kijken naar de ontslagdatum en de indiensttredingsdatum is bepalend. De optelsom van de dienstjaren van de diverse leeftijdsgroepen moet zonodig door extra afrondingen hieraan gelijk zijn.
Bij deze extra afrondingen moet onderscheid worden gemaakt tussen het geval waarin de uitkomst van de berekening van de dienstjaren in de afzonderlijke leeftijdsgroepen lager is en het geval waarin zij hoger is dan de aftreksom van de data van uit- en indiensttreding.
Als de uitkomst lager is, dient te worden opgeplust in de hoogste leeftijdsgroep. Dat betekent dat in de hoogste leeftijdsgroep een afronding naar boven plaatsvindt om het evenwicht met het al eerder gevonden totaal aantal dienstjaren te hervinden. Indien de uitkomst hoger is, dient te worden afgewaardeerd, in die zin dat in de laagste leeftijdsgroep een afronding naar beneden plaatsvindt. Dat is ook het geval als er in de laagste leeftijdsgroep door de werknemer gedurende meer jaren en maanden zijn gewerkt dan in de hoogste leeftijdsgroep.
De kantonrechter in Amsterdam heeft in zijn uitspraak van 30 januari 2009 uitgelegd hoe de afrondingsregels moeten worden toegepast. Klik hier om naar deze uitspraak te gaan (zie met name de punten 18 t/m 20 van de uitspraak).
B-factor: beloning
Bij de berekening van B (beloning) wordt uitgegaan van het bruto maandsalaris, in ieder geval vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten zoals vakantietoeslag, een vaste dertiende maand, een structurele overwerkvergoeding en een vaste ploegentoeslag.
Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen zullen niet tot B (beloning) worden gerekend: het werkgeversaandeel in de pensioenpremie, de auto van de zaak, onkostenvergoedingen, de werkgeversbijdrage in de zorgverzekeringspremie en incidentele en niet overeengekomen looncomponenten.
C-factor: correctiefactor
De kantonrechters hebben C (de correctiefactor) als volgt nader uitgewerkt:
- Als de ontslaggrond geheel in de risicosfeer van de werkgever valt en verwijtbaarheid niet aan de orde is, is C gelijk aan 1.
- Als de ontslaggrond geheel in de risicosfeer van de werknemer valt, zonder dat van enige verwijtbaarheid sprake is, dan is C gelijk aan 0.
- Is er sprake van verwijtbaarheid aan de zijde van één van partijen dan wel van verwijtbaarheid over en weer, dan wordt de ernst van de verwijten via de C-factor tot uitdrukking gebracht.
- De overige bijzondere omstandigheden van het geval, zoals de (slechte) financiële positie van de werkgever of de afwijkende arbeidsmarktpositie van de werknemer, worden eveneens door middel van de toepassing van de C-factor tot uitdrukking gebracht.
Maximering
Indien de verwachte inkomstenderving tot aan de redelijkerwijs te verwachten pensioneringsdatum van de werknemer lager is dan de uitkomst van de kantonrechtersformule, dan wordt de vergoeding berekend aan de hand van die inkomstenderving, tenzij verwijtbaarheid, risicosfeer en de overige bijzondere omstandigheden billijkheidshalve aanleiding geven tot een andere vergoeding.
Rekentool
Uit het voorgaande volgt dat het rekenen met de kantonrechtersformule niet altijd eenvoudig is. Met name wanneer de extra afrondingsregels bij de dienstjaren moeten worden toegepast, kan de berekening lastig worden.
Reden waarom Ontslagdossier.nl voor u een rekentool heeft ontwikkeld. De rekentool is in Microsoft Office Excel gemaakt en is aan de rechterkant van deze pagina te downloaden.



