Disfunctioneren
Als een werknemer niet of onvoldoende functioneert, kan de werkgever hem ontslaan. Er zijn wel een aantal eisen waaraan het ontslagdossier dat aan het UWV WERKbedrijf of de rechter wordt voorgelegd moet voldoen.
- Wat wordt onder disfunctioneren verstaan?
- Contact met de werknemer om het functioneren te verbeteren
- Herplaatsen in een andere functie
- Aannemelijk maken en onderbouwing van de ontslagaanvraag
Wat wordt onder disfunctioneren verstaan?
Onder disfunctioneren wordt verstaan dat de werknemer in onvoldoende mate voldoet aan de functie-eisen. De werknemer kan niet, of in onvoldoende mate, de taken die bij zijn functie horen uitvoeren.
Disfunctioneren wordt vaak in de sfeer van verwijtbaarheid getrokken, maar disfunctioneren is een neutraal begrip. Denk aan de werknemer die op een voor hem te hoog niveau probeert te functioneren. Of de werknemer die niet in staat is met het bedrijf mee te groeien, of van wie de persoonlijkheid niet langer meer bij de bedrijfscultuur past. Deze werknemers functioneren niet (meer), maar dat is hen niet te verwijten.
Contact met de werknemer om het functioneren te verbeteren
De werknemer mag door de ontslagaanvraag niet worden overvallen. De werkgever moet voordat hij tot ontslag overgaat in overleg met de werknemer treden om tot een verbetering van het functioneren te komen.
Werkgever en werknemer moeten onderzoeken of de werknemer een training of opleiding moet volgen om tot verbetering te komen. Soms is een beroepskeuzetest of assessment zinvol. Als het disfunctioneren te maken heeft met gedragskenmerken die in de persoon van de werknemer liggen, kan het inschakelen van een coach worden overwogen.
Werkgever en werknemer moeten concrete afspraken maken over de te zetten stappen in het verbetertraject. De werknemer moet ook worden geïnformeerd over de gevolgen van een niet geslaagd verbetertraject. De werknemer moet weten waar hij aan toe is en wat van hem wordt verwacht.
De werkgever moet bij dit alles een actieve rol vervullen. Hij mag niet volstaan met het registreren en rapporteren van het disfunctioneren. De werkgever moet zich met de werknemer inzetten om ontslag te voorkomen.
Herplaatsen in een andere functie
Als het niet mogelijk blijkt om de disfunctionerende werknemer door middel van begeleiding, scholing, training of coaching te verbeteren, moet worden onderzocht of de werknemer in een andere functie kan worden geplaatst. Dit kan ook terugplaatsing zijn in de functie die de werknemer voor een niet succesvolle promotie vervulde.
Het zal niet altijd gemakkelijk zijn om binnen de organisatie van de werkgever alternatieven te vinden. Als vuistregel geldt in dit verband: hoe groter de werkgever, hoe meer mogelijkheden.
Aannemelijk maken en onderbouwing van de ontslagaanvraag
De werkgever moet in de ontslagaanvraag aannemelijk maken dat de werknemer disfunctioneert en verbetering en herplaatsing niet mogelijk zijn. De werkgever hoeft niet met harde bewijzen te komen, maar moet het disfunctioneren en de naar aanleiding daarvan ondernomen stappen wel voldoende concreet maken.
De werkgever zal in de ontslagaanvraag praktijkvoorbeelden van het disfunctioneren moeten noemen. En het disfunctioneren moet met schriftelijke stukken worden onderbouwd. Denk hierbij aan correspondentie uit het personeelsdossier, gespreksverslagen, een functiebeschrijving, verslagen van (tussentijdse) functioneringsgesprekken, overzichten over loopbaanbegeleiding en loopbaanontwikkeling, opleidingen, trainingen en evaluatiegesprekken.
Goede en volledige dossiervorming is dus erg belangrijk voor een kansrijke ontslagaanvraag.




