Onderbouwing bedrijfseconomische ontslagaanvraag

Hieronder volgt een opsomming van de schriftelijke stukken die bij een ontslagaanvraag wegens een bedrijfseconomische reden moeten worden gevoegd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende subcategorieën van de bedrijfseconomische reden. Ook wordt toegelicht hoe het afspiegelingsbeginsel moet worden onderbouwd.

Bron: onderstaande opsomming is overgenomen uit informatiemateriaal van het UWV WERKbedrijf.

  1. Onderbouwing slechte financiële situatie
  2. Onderbouwing werkvermindering
  3. Onderbouwing organisatorische veranderingen / reorganisatie
  4. Onderbouwing technologische veranderingen
  5. Onderbouwing beëindiging van (een deel van) de bedrijfsactiviteiten
  6. Onderbouwing bedrijfsverhuizing
  7. Onderbouwing vervallen van (loonkosten) subsidie
  8. Onderbouwing van het afspiegelingsbeginsel

Onderbouwing slechte financiële situatie

  • Een toelichting met:
    • de oorzaak van de slechte financiële situatie; benoem concreet waaruit de bedrijfseconomische noodzaak blijkt en verwijs naar specifieke posten/passages in de meegestuurde cijfermatige rapportages;
    • een onderbouwing van het minimaal te bezuinigen bedrag op personeelskosten;
    • andere genomen of te nemen kostenbesparende maatregelen.
  • Cijfermatige gegevens over de afgelopen drie jaar (en het huidige jaar), zoals balans en winst- en verliesrekening met toelichting. Soms zijn jaarstukken over minder jaren voldoende. Dan moet de slechte financiële situatie wel op een andere manier worden onderbouwd, bijvoorbeeld met een brief van de accountant of de bank.
  • Liquiditeitsbegroting voor minimaal de komende zes maanden.

naar boven

Onderbouwing werkvermindering

Er zijn twee soorten werkvermindering:

  1. Acute werkvermindering
  2. Geleidelijke werkvermindering

Acute werkvermindering

  • Een toelichting met:
    • de reden van de acute werkvermindering;
    • een opgave van weggevallen omzet, project, opdracht of bepaald werk; uitleg dat deze werkvermindering structureel van aard is;
    • de relatie tussen de werkvermindering en het vervallen van arbeidsplaatsen in juist deze functie(s);
    • een uitleg hoe tot het aantal ontslagaanvragen is gekomen in relatie tot de werkvermindering.
  • Bij plotselinge omzetvermindering:
    • een cijfermatig overzicht van de ontwikkelingen in omzet, kostenposten en resultaten per maand over het afgelopen jaar en het huidige jaar;
    • een prognose van de gevolgen bij ongewijzigd en gewijzigd beleid voor ten minste de komende zes maanden.
  • Bij plotseling wegvallen van een project, opdracht of bepaald werk:
    • een schriftelijke bevestiging van de opzegging of het wegvallen van de werkzaamheden;
    • de orderportefeuille en/of opgave van de aanwezige werkvoorraad;
    • een prognose van de orderportefeuille en/of verwachte nieuwe opdrachtgevers voor ten minste de komende zes maanden.

Geleidelijke werkvermindering

  • Een toelichting met:
    • de reden van de geleidelijke omzetdaling; uitleg dat deze omzetdaling structureel van aard is;
    • de specifieke activiteiten waar de omzet daalt; 
    • de relatie tussen de omzetdaling en het vervallen van arbeidsplaatsen in juist deze functie(s);
    • een uitleg hoe tot het aantal ontslagaanvragen is gekomen in relatie tot de werkvermindering.
  • Een overzicht van de ontwikkelingen in omzet, kostenposten en resultaten per maand over (zo mogelijk) de afgelopen drie jaar, waaronder het huidige jaar.
  • Een prognose van de gevolgen bij ongewijzigd en gewijzigd beleid voor de komende zes maanden.

naar boven

Onderbouwing organisatorische veranderingen / reorganisatie

  • Een toelichting met:
    • de reden om de organisatie te veranderen;
    • de gevolgen voor de verschillende afdelingen;
    • de gevolgen voor de aanwezige functies;
    • de gevolgen voor het aantal arbeidsplaatsen per functie.
  • Zo mogelijk de organogrammen van vóór en ná de verandering.

naar boven

Onderbouwing technologische veranderingen

  • Een toelichting met:
    • de reden voor de technologische verandering, bijvoorbeeld automatisering, robotisering;
    • de gevolgen als de veranderingen niet worden doorgevoerd (“worst case scenario”);
    • de gevolgen voor de verschillende afdelingen;
    • de gevolgen voor de aanwezige functies;
    • de gevolgen voor het aantal arbeidsplaatsen per functie.

naar boven

Onderbouwing beëindiging van (een deel van) de bedrijfsactiviteiten

  • Een toelichting met:
    • de datum van de (gedeeltelijke) beëindiging;
    • de reden van de (gedeeltelijke) beëindiging;
    • eventuele herplaatsingsinspanningen;
    • gedane inspanningen tot overname van (een deel van) de onderneming.
  • Informatie waaruit blijkt dat de activiteiten echt worden beëindigd, bijvoorbeeld over de bestemming van de activa (bijvoorbeeld het pand, de voorraad en het klantenbestand) na de beëindiging.

naar boven

Onderbouwing bedrijfsverhuizing

  • Een toelichting met:
    • de (verwachte) datum van de verhuizing;
    • de reden(en) van de verhuizing;
    • het oude en het nieuwe adres;
    • uitleg of alle werknemers een aanbod hebben gehad om op de nieuwe locatie verder te werken; geef aan wat de reactie daarop was.
  • Een document dat aangeeft dat het bedrijf verhuisd is of gaat verhuizen, bijvoorbeeld informatie voor klanten/verhuisbericht.

naar boven

Onderbouwing vervallen van (loonkosten) subsidie

  • Een toelichting met:
    • de datum waarop de (loonkosten) subsidie (gedeeltelijk) vervalt;
    • uitleg welke inspanningen zijn gedaan om de subsidie te behouden;
    • de reden waarom niet gevraagd kan worden de loonkosten zelf te dragen.
  • Documenten waaruit blijkt dat de (loonkosten) subsidie (gedeeltelijk) vervalt.

naar boven

Onderbouwing van het afspiegelingsbeginsel

  • Een overzicht van het totale personeelsbestand van de bedrijfsvestiging (inclusief: arbeidsongeschikte werknemers, uitzendkrachten, gedetacheerden, ingeleende werknemers van een andere bedrijfsvestiging en werknemers met een tijdelijk dienstverband), voorzien van:
    • namen;
    • functies;
    • geboortedata;
    • data van indiensttreding.
  • Een personeelsoverzicht van de functie(s) waar krimp plaatsvindt:
    • ingedeeld per categorie uitwisselbare functies:
    • ingedeeld naar de leeftijdsgroepen 15-25, 25-35, 35-45, 45-55 en 55 jaar en ouder;
    • namen;
    • functies;
    • geboortedata;
    • data van indiensttreding;
    • markering van de volgens het afspiegelingsbeginsel voor ontslag voorgedragen werknemers.
  • Functiebeschrijvingen van de functies waarin krimp plaatsvindt.
  • Indien van toepassing: een toelichting waarom functies niet uitwisselbaar worden geacht.

naar boven

Let op: opent in een nieuw venster PrintE-mail