Geen ontslagvergoeding wegens niet meewerken aan verbetering functioneren

Op 19 april 2011 gaf de kantonrechter in Den Bosch een beschikking af waarbij de arbeidsovereenkomst tussen Van Lanschot Bankiers en een senior aandelenanalist werd ontbonden.

De werknemer was 52 jaar oud en sinds 1 mei 1986 bij Van Lanschot in dienst. De kantonrechter kende de werknemer (toch) geen ontslagvergoeding toe.

Het verzoek om ontbinding

Van Lanschot voerde als ontslaggrond aan dat de werknemer in strijd handelde met de normen en vereisten die binnen haar organisatie gelden. Dit disfunctioneren zou al sinds medio 2008 spelen, terwijl de werknemer zou weigeren mee te werken aan verbetertrajecten en ondersteuning door middel van coaching. Ook zou de werknemer opbouwende kritiek van zijn leidinggevenden niet serieus nemen. Er is door dit alles een onherstelbare vertrouwensbreuk ontstaan.

Het verweer van de werknemer

De werknemer deelt de visie van Van Lanschot niet. Hij stelt zelf een verbeterplan te hebben opgesteld en te hebben uitgevoerd. Het zijn de leidinggevenden van de werknemer die hem tegenwerken. De kritiek is ook pas in 2008 ontstaan toen twee nieuwe leidinggevenden aantraden. En die kritiek stemt niet overeen met de gang van zaken in de praktijk. De werknemer vermoedt dat sprake is van een vooropgezet plan om hem te kunnen ontslaan (bezuinigingstactiek).

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst

Allereerst beslist de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Partijen verschillen immers wezenlijk van inzicht over de wijze waarop de functie van senior aandelenanalist dient te worden uitgevoerd. De verwijten van Van Lanschot treffen de kern van deze functie. Het is volgens de kantonrechter niet realistisch te veronderstellen dat Van Lanschot van het ongeschiktheidsoordeel is af te brengen.

Geen ontslagvergoeding

De kantonrechter overweegt vervolgens dat de werknemer van 1986 tot eind 2008 naar behoren heeft gefunctioneerd. De kritiek is ontstaan na het aantreden van nieuwe leidinggevenden.

De kantonrechter wijst erop dat de werkgever haar organisatie mag inrichten zoals haar geraden voorkomt en dat van een werknemer mag worden verwacht dat hij zich inspant om te voldoen aan de door zijn werkgever daartoe gestelde eisen. En in deze zaak had Van Lanschot geen onredelijke eisen aan de werknemer gesteld.

De kantonrechter stelt vast dat de werknemer zich met het nieuwe beleid van de werkgever niet kon verenigen en dat hij vond dat hij wel goed functioneerde. Daarmee miskent de werknemer volgens de kantonrechter dat zijn functie niet statisch maar dynamisch (onderhevig aan veranderingen) is.

De kantonrechter acht het aannemelijk dat de werknemer in onvoldoende mate heeft meegewerkt zijn werkzaamheden uit te voeren op de wijze die door Van Lanschot werd voorgestaan. Daarom moet het verlies van de dienstbetrekking geheel aan de werknemer worden toegeschreven. Het goede functioneren tot aan eind 2008 doet daaraan niet af.

Nu de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geheel in de risicosfeer van de werknemer ligt, kent de kantonrechter geen ontslagvergoeding toe.

Bron: Kantonrechter ’s-Hertogenbosch 19 april 2011, JAR 2011/143

Meer informatie

Terug naar nieuws

Bericht geplaatst op 8 juni 2011

Let op: opent in een nieuw venster PrintE-mail